Kom net terug van een etentje …. en we hadden het over de logica in de talen Nederlands en Portugees. Ik herinnerde me dat ik toen een blog heb geschreven over hoe (on)logisch het Nederlandse taal wel is. Dat deed ik aan de hand van een (bekend) gedicht … waarvan auteur nog onbekend is.

Op verzoek een her-publicatie van dat gedicht. Lees het aandachtig … en vervolgens stel jezelf de vraag ‘is de Nederlandse taal wel logisch?’

Het meervoud van slot is sloten,
maar toch is het meervoud van pot geen poten.

Evenzo zegt men altijd: een vat en twee vaten,
maar zal men zeggen: een kat twee katen ?

Wie gisteren ging vliegen, zegt heden: ik vloog,
dus zegt u misschien van wiegen: ik woog.

Nee, pardon, want ik woog is afkomstig van wegen,
maar… is nu ik voog een vervoeging van vegen ?

En dan het woord zoeken vervoegt men: ik zocht,
en dus hoort bij vloeken misschien ook: ik vlocht.

Alweer mis, want dit is afkomstig van vlechten,
maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten.

Bij roepen hoort riep, maar bij snoepen geen sniep.
Bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
En evenmin hoort bij slopen, ik sliep.

Want dat is afkomstig van het schone woord slapen,
maar zet nu niet weer: ik riep bij het rapen.

Want dit komt van roepen en u ziet het terstond:
zodraaien we vrolijk in het kringetje rond.

Van raden komt ried, maar van baden geen bied.
Dit komt weer van bieden, ik hoop dat u ‘t ziet.

Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood.
U ziet, de verwarring is akelig groot.

Nog talloos veel voorbeelden zijn te geven,
want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven.

Men spreekt van: wij drinken en hebben gedronken,
maar niet van: wij hinken, wij hebben gehonken.

‘t Is: ik weet en ik wist, zo vervoegt men dat,
Maar schrijft u niet bij vergeten, vergist,
dat is een vergissing, ja moeilijk, dat is ‘t.

Het volgende geval is bijna te bont,
bij slaan hoort: ik sloeg, niet ik sling of ik slond.
Bij gaan hoort: ik ging, niet ik gong of gond.

En noemt u een mannetjesrat soms een rater ?
Dat gaat wel op bij een kat en een kater.

Categories: MadeiraTaal

2 Comments

Cecilia · February 4, 2009 at 20:20

Omdat mijn man zijn jeugd in Zuidafrika heeft doorgebracht is Nederlands niet echt zijn ding. Sout, mielipap en een vloerlap zijn voor hem gewone woorden en dd, dt en klankverandering zijn grote obstakels. Voor de derde keer op een schrijfcursus in een buurthuis zwoegt hij op onze taal. Ik heb je gedicht gekopieerd en aan hem gegeven. Na lezing was hij er helemaal blij mee en neemt het mee de volgende keer. Zijn leerkracht mag het hardop voorlezen. Zelf heb ik 14 lessen Portugees erop zitten en ik vind het niet zo eenvoudig hoor. Het leukste wat ik heb onthouden is dat een Portugees alles wat hijzelf belangrijk vindt met een hoofdletter schrijft. Dát vind ik nu geweldig.
Groeten uit Heerhugowaard

Don · February 10, 2009 at 18:54

De eerste jaar op Nederland riep ik Enschede alsvolgt uit: EN-SCHÉ-DE
… en mensen (vooral dames) kregen een vreemde blik in hun ogen.

Comments are closed.